Autismespectrumstoornis wordt vaak beschreven aan de hand van verschillende niveaus van ondersteuningsbehoefte. Een van de meest gestelde vragen is: welke niveaus van autisme zijn er?
De DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, vijfde editie) onderscheidt drie autismespectrumstoornisniveaus (ASS), gebaseerd op de mate van ondersteuning die iemand op een bepaald moment nodig heeft.
Als neurobiologische ontwikkelingsstoornis kan ASS invloed hebben op communicatie, sensorische verwerking, leren en de mate van zelfstandigheid in het dagelijks leven. De ondersteuningsniveaus helpen clinici te bepalen welk type hulp iemand nodig kan hebben. Omdat deze behoeften in de loop van de tijd kunnen veranderen, blijft een beoordeling door een ervaren specialist belangrijk.
Welke niveaus van autisme zijn er en hoe worden ze gedefinieerd?
De drie soorten autisme in de DSM-5 zijn bedoeld om de ernstniveaus van ASS te duiden en te beschrijven hoeveel ondersteuning een kind nodig heeft in het dagelijks leven, in plaats van wie iemand is als persoon of hoe iemands persoonlijkheid eruitziet.
Belangrijke diagnostische criteria voor autisme volgens de DSM-5
In 2013 introduceerde de DSM-5 ASS als één overkoepelende diagnose en werden de kerncriteria vastgesteld die nodig zijn om deze diagnose te stellen.
Om de diagnose ASS te krijgen, moet iemand voldoen aan alle drie de DSM-5-criteria met betrekking tot sociale communicatie en sociale interactie:
- moeilijkheden met sociaal-emotionele wederkerigheid,
- moeilijkheden met non-verbale communicatie die wordt gebruikt voor sociale interactie,
- en moeilijkheden met het aangaan en onderhouden van relaties.
Daarnaast vereist de diagnose ook beperkte en repetitieve gedragspatronen (RRB’s), interesses of activiteiten. Deze kenmerken moeten vanaf de vroege ontwikkeling aanwezig zijn en leiden tot klinisch significante beperkingen in het dagelijks functioneren.
Hoe de DSM-5 de niveaus van autisme definieert
Naast de diagnostische criteria die worden gebruikt om autisme vast te stellen, introduceerde de DSM-5-TR ook een aparte manier om te beschrijven hoeveel ondersteuning iemand met autisme nodig kan hebben.
Binnen dit kader beoordelen clinici de ondersteuningsbehoefte op twee afzonderlijke gebieden: sociale communicatie en beperkte of repetitieve gedragingen (RRB’s), zoals hieronder weergegeven.

Let op: Deze informatie is niet bedoeld voor ouders om zelf een diagnose bij hun kind te stellen. Zelfdiagnose kan misleidend zijn. Het is daarom altijd aan te raden een arts te raadplegen voor een zorgvuldige beoordeling en een juiste diagnose.
Het is belangrijk om te begrijpen dat de ASS-niveaus in de DSM-5 aangeven hoeveel ondersteuning iemand in het dagelijks leven nodig kan hebben, en geen opsomming zijn van autismesymptomen. Voor meer informatie over factoren die kunnen bijdragen aan autisme en hoe deze de ontwikkeling kunnen beïnvloeden, lees ons artikel over de oorzaken van autisme.
Lees meerWaarom het systeem met ondersteuningsniveaus oudere diagnoses van ASS heeft vervangen
Vóór de DSM-5 kregen patiënten vaak afzonderlijke diagnoses (bijvoorbeeld autistische stoornis, de stoornis van Asperger en PDD-NOS). Deze categorieën werden niet consistent toegepast tussen verschillende klinieken, waardoor de DSM-5 is overgestapt op één overkoepelende diagnose: ASS. Veel mensen vragen zich daarbij af: welke niveaus van autisme zijn er?
Met deze verandering zijn ook labels als “hoogfunctionerend” en “laagfunctionerend” uit de formele diagnose verdwenen. Deze termen kunnen misleidend zijn: ze kunnen ernstige ondersteuningsbehoeften verbergen of juist sterke kanten over het hoofd zien. Steeds meer clinici vermijden daarom dit soort labels, omdat gezinnen behoefte hebben aan informatie die daadwerkelijk helpt bij het bepalen van passende ondersteuning binnen de verschillende ASS-niveaus.
In sommige officiële diagnostische systemen worden de DSM-ondersteuningsniveaus niet gebruikt. Zo beschrijft de ICD-11 van de WHO autisme aan de hand van specificaties, zoals de aanwezigheid van een verstandelijke beperking en het niveau van functionele taalvaardigheid.
De DSM-5 daarentegen classificeert de ernstniveaus van ASS op basis van de hoeveelheid ondersteuning die iemand nodig heeft in het dagelijks functioneren. Laten we deze verschillende ASS-niveaus nader bekijken.
Autismeniveau 1 — behoefte aan basisondersteuning
Niveau 1 kan lastig te herkennen zijn, omdat veel mensen in alledaagse situaties goed lijken mee te komen, vooral tijdens korte interacties. Toch ervaren zij vaak duidelijke uitdagingen op het gebied van sociale communicatie en flexibiliteit.
Op niveau 1 spreken veel kinderen in volledige zinnen, maar het kan moeilijk zijn om gesprekken te beginnen, gaande te houden of soepel te laten verlopen. Zaken als intonatie, timing, koetjes en kalfjes, indirect taalgebruik (“Zou je misschien…?”) en het oppikken van subtiele signalen kosten vaak voortdurend inspanning.
Sommige kinderen leren al vroeg om sociale scripts na te bootsen. Anderen vermijden juist interactie, omdat het vermoeiend of verwarrend is. Sociale vermoeidheid is reëel: een kind kan zich op school goed staande houden en thuis volledig ontladen, waar het zich veilig voelt.
Gedragspatronen en sensorische kenmerken
Niveau 1 gaat vaak samen met een sterke behoefte aan voorspelbaarheid: vaste routines, vertrouwde routes, herhalende interesses en moeite met plotselinge veranderingen. Sensorische gevoeligheid kan zich uiten in overprikkeling door geluid, licht, drukke omgevingen, bepaalde stoffen of geuren. Dit wordt soms vooral zichtbaar na een lange dag, wanneer de zelfcontrole afneemt.
Sterktes en individuele verschillen
Sommige mensen op niveau 1 hebben uitgesproken sterke kanten, zoals een groot concentratievermogen, het herkennen van patronen, een goed geheugen voor specifieke onderwerpen of oog voor detail. Deze sterktes verschillen echter sterk per persoon. En ook als ze aanwezig zijn, nemen ze de behoefte aan ondersteuning niet weg. Een kind kan slim zijn en toch hulp nodig hebben bij overgangen, angst, vriendschappen of de dagelijkse organisatie.
Dagelijks leven en schoolervaring
Veel mensen in deze fase van autisme kunnen zelfstandig functioneren, vooral wanneer hun omgeving voorspelbaar, gestructureerd en comfortabel is. Duidelijke routines en herkenbare verwachtingen maken het dagelijks leven beter hanteerbaar. Wanneer plannen plotseling veranderen, sociale eisen toenemen of situaties minder gestructureerd zijn, zoals groepswerk of drukke openbare ruimtes, kan dit echter overweldigend worden. Ook als iemand ogenschijnlijk goed functioneert, kan er sprake zijn van het maskeren van moeilijkheden, wat op de lange termijn kan leiden tot uitputting of burn-out.
Ondersteuning op niveau 1 is meestal praktisch en doordacht, gericht op het beter hanteerbaar maken van het dagelijks leven. Dit kan bestaan uit vaste routines, duidelijke en directe communicatie, geplande sensorische pauzes, voorspelbare verwachtingen en kleine aanpassingen die de druk verlagen en overprikkeling verminderen.
Autismeniveau 2 — behoefte aan substantiële ondersteuning
Voor veel gezinnen is niveau 2 het punt waarop de dagelijkse belasting zwaarder wordt. Niet omdat het kind “moeilijker” is, maar omdat de ondersteuning consistenter moet zijn en een vaste plek in de dag krijgt.
Communicatie-uitdagingen op niveau 2 van autisme
Op niveau 2 zijn verschillen in sociale communicatie meestal duidelijker zichtbaar. Gesprekken verlopen vaak minder vloeiend en wederkerig. Non-verbale communicatie, zoals gebaren, gezichtsuitdrukking en de toon of het ritme van spraak, sluit niet altijd aan bij wat in sociale situaties wordt verwacht.
Een kind kan spreken, maar moeite hebben met het sociaal gebruiken van taal, zoals hulp vragen, ervaringen delen of samen spelen. Andere kinderen maken vaker gebruik van scripts, echolalie of korte zinnen. Zelfs met ondersteuning blijven sociale moeilijkheden vaak duidelijk aanwezig.
Repetitief gedrag en starre denkpatronen
Beperkte en repetitieve gedragingen (RRB’s) komen vaker voor en zijn, wanneer ze het dagelijks functioneren verstoren of spanning veroorzaken, moeilijker te doorbreken. Overgangen kunnen veel stress opleveren; veranderingen kunnen in sommige gevallen leiden tot terugtrekking, overprikkeling of intense angst, al kan dit op alle ASS-niveaus voorkomen. Veel ouders omschrijven het als leven volgens vaste patronen: als de dag eenmaal vastligt, is afwijken het lastigst.
In zulke momenten is het belangrijk te beseffen dat rigiditeit vaak een beschermende functie heeft. Wanneer de wereld onvoorspelbaar voelt, kan het vasthouden aan hetzelfde een manier zijn voor het kind om grip te houden.
Onderwijs- en ondersteuningsbehoeften op niveau 2 van autisme
Veel kinderen hebben baat bij een gestructureerde leeromgeving met visuele dagplanningen, duidelijke routines, voorspelbare overgangen en regelmatige therapeutische ondersteuning. Ondersteuningsplannen omvatten vaak logopedie, ergotherapie en gedrags- of ontwikkelingsgerichte interventies, afgestemd op de voorgeschiedenis en het comfort van het kind.
Effectieve ondersteuning richt zich op het helpen van kinderen bij het omgaan met sociale situaties en alledaagse interacties, op een manier die aansluit bij hun eigen communicatiestijl, zonder dat zij zich onder druk gezet voelen.
Hoe niveau 2 verschilt van niveau 1 binnen de ASS-classificatie
Bij niveau 1 gaat het doorgaans om ondersteuning die helpt om zelfstandig functioneren in stand te houden, met hulp op specifieke momenten waarop moeilijkheden ontstaan.
Niveau 2 vraagt om meer consistente en gestructureerde ondersteuning die bewust wordt gepland en geïntegreerd in het dagelijks leven.
Het belangrijkste verschil zit in de situaties waarin hulp nodig is bij de niveaus van autisme: bij niveau 2 doen uitdagingen zich vaker voor en in meer verschillende contexten. Daardoor is er meer en continuere ondersteuning nodig dan bij niveau 1 om stabiliteit en dagelijks functioneren te behouden, zowel voor het kind als voor het gezin.
Autismeniveau 3 — behoefte aan zeer intensieve ondersteuning
Niveau 3 gaat vaak gepaard met een zeer hoge dagelijkse zorgbehoefte. Wanneer een kind beperkt of geen gesproken taal gebruikt, kan het moeilijk zijn om te zien wat het begrijpt of kan. Daardoor worden mogelijkheden soms onderschat. Zorgvuldige beoordeling en passende communicatiemiddelen helpen om ervoor te zorgen dat iemands sterke kanten worden gezien en dat de ondersteuning goed aansluit op de behoeften.
Ernstige beperkingen in communicatie op niveau 3 van autisme
Op niveau 3 kan sociale communicatie sterk beperkt zijn. Dit kan zich uiten in meer uitgesproken kenmerken van autisme, zoals:
- weinig initiatief tot interactie
- beperkte reactie op anderen
- zeer beperkte of geen functionele gesproken taal
Veel mensen maken gebruik van AAC (ondersteunde en alternatieve communicatie). Dit omvat hulpmiddelen zoals uitwisselingssystemen met afbeeldingen, communicatieborden, spraakgenererende apparaten, apps op tablets en gebarentaal. Sommige kinderen op dit niveau communiceren helemaal niet.

Sensorische gevoeligheid en intensiteit van gedrag
Sensorische reactiviteit kan zeer intens zijn. Beperkte en repetitieve gedragingen (RRB’s) en starre patronen kunnen in de meeste omgevingen het dagelijks functioneren beïnvloeden. In sommige gevallen kan zelfverwondend gedrag voorkomen, wat ook op eerdere autismespectrumstoornisniveaus kan optreden, vaak in samenhang met pijn, overprikkeling of moeite om behoeften kenbaar te maken.
Wanneer dergelijk gedrag aanwezig is, heeft zorgvuldige beoordeling prioriteit. Daarbij wordt gekeken naar mogelijke medische factoren, het begrijpen van triggers en het opstellen van een veiligheidsplan dat het kind beschermt zonder het te straffen voor stress of overbelasting.
Dagelijks leven en volledige zorg op niveau 3 van autisme
Op dit niveau hebben veel mensen intensieve ondersteuning nodig bij dagelijkse activiteiten zoals aankleden, eten, persoonlijke verzorging en het wisselen tussen taken. Ondersteuning bestaat vaak uit gestructureerde omgevingen met duidelijke routines en consistente begeleiding. De focus ligt op het ontwikkelen van praktische vaardigheden, het ondersteunen van communicatie, het verminderen van stress en het creëren van omstandigheden waarin iemand zo comfortabel en veilig mogelijk kan deelnemen aan het dagelijks leven.
Hoe niveau 3 verschilt van niveau 1 en niveau 2
Niveau 3 gaat doorgaans samen met een beperktere mate van zelfstandigheid en een grotere ondersteuningsbehoefte op het gebied van communicatie, veiligheid en dagelijkse routines. Veel mensen hebben doorlopende en goed afgestemde ondersteuning nodig in verschillende omgevingen, zoals thuis, op school, binnen therapie en in sommige gevallen ook via respijtzorg.
| Aspect | Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 |
| Algemene aanpak van ondersteuning | Ondersteuning is gericht en wordt ingezet wanneer specifieke uitdagingen zich voordoen. | Ondersteuning is consistent, gepland en geïntegreerd in dagelijkse routines. | Voltijdse, gelaagde en intensieve ondersteuning in thuis-, school- en therapeutische omgevingen. |
| Invloed op het dagelijks leven | Veel mensen kunnen zelfstandig functioneren, vooral in een ondersteunende omgeving. | Het dagelijks functioneren wordt duidelijker beïnvloed en vraagt om gestructureerde ondersteuning. | Het dagelijks leven wordt sterk beïnvloed en voortdurende ondersteuning is vaak noodzakelijk. |
| Mate van zelfstandigheid | Hoge mate van zelfstandigheid met af en toe ondersteuning. | Enige zelfstandigheid is mogelijk met gestructureerde ondersteuning. | Beperkte zelfstandigheid; hulp is nodig bij de meeste dagelijkse activiteiten. |
| Communicatie | Merkbare uitdagingen in sociale communicatie, maar functionele spraak en interactie zijn aanwezig. | Duidelijke moeilijkheden in verbale en non-verbale communicatie, met nog enige functionele interactie. | Ernstige beperkingen in sociale communicatie; weinig initiatief of reactie, vaak afhankelijk van AAC of non-verbale communicatie. |
Kunnen ASS-niveaus afnemen of veranderen in de loop van de tijd?
Soms wel. Het is belangrijk om te begrijpen dat de DSM-niveaus momentopnames zijn van de huidige ondersteuningsbehoefte, en geen vaste labels die voor altijd gelden.
Vroege interventie en ontwikkeling
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geeft aan dat tijdige toegang tot onderbouwde psychosociale interventies de communicatie en sociale interactie kan verbeteren. Wanneer een kind communicatiemiddelen ontwikkelt, beter leert omgaan met prikkels en nieuwe vaardigheden opbouwt, en de omgeving beter wordt afgestemd, kan de ondersteuningsbehoefte afnemen.
Veel ouders vragen zich daarom af of autisme volledig kan verdwijnen. Autisme zelf verdwijnt niet, maar met passende ondersteuning kan het dagelijks leven beter hanteerbaar worden, kunnen vaardigheden zich ontwikkelen en kunnen uitdagingen minder zwaar aanvoelen.
Herbeoordeling in de puberteit of volwassenheid
De mate van ondersteuning die nodig is, kan ook toenemen wanneer de sociale eisen en de eisen vanuit de omgeving groter worden, bijvoorbeeld tijdens latere schooljaren, de tienerjaren, werk of zelfstandig wonen. Zelfs kinderen die zich eerder goed ontwikkelden, kunnen vastlopen wanneer sociale situaties sneller en complexer worden. Periodieke herbeoordeling is daarom normaal en vaak waardevol.
Weerspiegelt het ondersteuningsniveau bij autisme de intelligentie?
Nee. Intelligentieniveau staat los van de ondersteuningsniveaus in de DSM. Deze niveaus beschrijven hoeveel ondersteuning iemand in het dagelijks leven nodig kan hebben, niet wat iemands cognitieve vermogens zijn.
Clinici kunnen wel aangeven of autisme gepaard gaat met een verstandelijke beperking en of er sprake is van taalproblemen. Dit zijn afzonderlijke klinische dimensies. Diagnostische kaders van organisaties zoals de CDC houden rekening met dit onderscheid bij het beoordelen en beschrijven van ASS.
Dit onderscheid is in de praktijk belangrijk: iemand met ondersteuningsniveau 3 kan een gemiddelde of sterke leerpotentie hebben, maar grote belemmeringen ervaren in communicatie of prikkelverwerking. Tegelijk kan iemand op niveau 1 wel degelijk een verstandelijke beperking hebben. Deze niveaubepaling vervangt daarom nooit een volledige beoordeling van leerstijl, sterke kanten en ondersteuningsbehoeften.
Wetenschappelijk onderbouwde behandelmogelijkheden voor alle drie de niveaus van autisme
Er is niet één “juiste” aanpak voor de behandeling van autisme. De meeste kinderen hebben het meeste baat bij een combinatie van benaderingen die communicatie, emotieregulatie, leren en stabiliteit binnen het gezin ondersteunen.
Gedragsgerichte therapieën
Gedragsgerichte therapieën worden veel toegepast, vooral bij het aanleren van vaardigheden en het verminderen van belemmeringen in het dagelijks leven. Sommige gezinnen kiezen voor programma’s gebaseerd op ABA, terwijl anderen de voorkeur geven aan ontwikkelingsgerichte of meer natuurlijke benaderingen, of aan modellen waarbij ouders actief betrokken zijn. Wat het belangrijkst is, is hoe de doelen worden bepaald en of de aanpak aansluit bij de communicatie, het comfort en de waardigheid van het kind.
Logopedie en ergotherapie
Veel behandelplannen voor verschillende niveaus van autisme omvatten therapieën die kinderen helpen bij het ontwikkelen van communicatie en dagelijkse vaardigheden. Bijvoorbeeld:
- Logopedie richt zich op functionele communicatie, waaronder gesproken taal, sociale communicatievaardigheden en, indien nodig, het gebruik van AAC.
- Ergotherapie ondersteunt de regulatie van prikkels, dagelijkse vaardigheden, motorische ontwikkeling en praktische aanpassingen in de omgeving die het dagelijks functioneren vergemakkelijken.
Onderwijs- en gezinsondersteuning
Voor kinderen in de schoolgaande leeftijd kan ondersteuning ook bestaan uit onderwijsgerichte en gezinsgerichte begeleiding, zoals:
- Individuele onderwijsplannen (IEP’s) of 504-plannen in de VS: formele schoolplannen die aanpassingen, gestructureerde ondersteuning en leerafstemming bieden op basis van de behoeften van het kind.
- Sociale vaardigheidstraining in groepen: begeleide sessies waarin kinderen oefenen met communicatie, samenwerken en alledaagse sociale interacties in een veilige en ondersteunende omgeving.
- Ouderbegeleiding en training: praktische ondersteuning die ouders helpt om thuis strategieën toe te passen voor betere communicatie, duidelijke routines en emotieregulatie.
Waarom sommige gezinnen experimentele regeneratieve therapieën overwegen
Wanneer vooruitgang traag verloopt, of wanneer een kind te maken heeft met meerdere bijkomende problemen, overwegen sommige gezinnen alternatieve behandelingen voor autisme, zoals regeneratieve stamceltherapie. Dit komt vaak voor wanneer communicatieproblemen en gedragsproblemen samengaan met medische klachten, zoals slaapproblemen of darmklachten, die het dagelijks functioneren bemoeilijken.
Behandelingen met stamcellen bij autisme worden doorgaans alleen besproken als aanvullende optie naast bestaande ondersteuning, zoals logopedie, ergotherapie, gedragsinterventies of voorgeschreven medicatie.
Mogelijke werkingsmechanismen van stamceltherapie die worden onderzocht
Het doel van stamceltherapie bij autisme is om mogelijk invloed uit te oefenen op biologische processen, zoals ontstekingsreacties of signalen van het immuunsysteem, die kunnen bijdragen aan een stabielere omgeving in de hersenen.
Het meeste huidige onderzoek richt zich op mesenchymale stamcellen (MSC’s), een type volwassen stamcel dat voorkomt in verschillende weefsels. In klinische en onderzoekssettings worden MSC’s meestal verkregen uit navelstrengweefsel of de placenta na gezonde geboortes, maar ook uit beenmerg of vetweefsel.
Binnen autismeonderzoek worden MSC’s bestudeerd vanwege hun mogelijke effect op verschillende biologische signaalroutes, waaronder:
- Immuunmodulatie en veranderingen in ontstekingssignalen: dit houdt in dat het immuunsysteem mogelijk beter in balans wordt gebracht en overmatige ontstekingsreacties in het lichaam kunnen afnemen.
- Ontstekingsprocessen in de hersenen, waaronder verhoogde activiteit van microglia. Microglia zijn immuuncellen in de hersenen die bij overactiviteit kunnen bijdragen aan ontsteking.
- Cytokinesignalen: cytokinen zijn kleine moleculen waarmee immuuncellen met elkaar communiceren. Onderzoekers meten deze signalen om te begrijpen hoe het immuunsysteem reageert.
- Mogelijke invloed op microglia via paracriene en trofische signalering: stamcellen geven stoffen af die effect kunnen hebben op nabijgelegen cellen. Deze signalen kunnen hersencellen ondersteunen en de activiteit van microglia helpen reguleren.
Wat klinisch onderzoek laat zien
Verschillende studies hebben meetbare veranderingen laten zien in bepaalde gedragsgebieden bij verschillende soorten autisme:
- Een overzichtsstudie van 11 onderzoeken met in totaal 461 deelnemers liet zien dat sommige studies verbeteringen rapporteerden in sociale interactie en gedragsmatige uitkomsten, en dat enkele ook vooruitgang zagen in aspecten van het dagelijks functioneren.
- Verschillende kleinere studies beschreven daarnaast veranderingen in dagelijkse vaardigheden na behandeling.
- Een aantal klinische onderzoeken liet ook zien dat therapie met MSC’s over het algemeen goed werd verdragen, waarbij de meeste bijwerkingen mild en tijdelijk van aard waren.
Sommige studies onderzoeken ook of therapie met MSC’s invloed kan hebben op bepaalde bijkomende aandoeningen die samenhangen met autisme, zoals problemen met de luchtwegen, het immuunsysteem of de stofwisseling, die het algehele welzijn kunnen beïnvloeden. Lees in ons artikel over de effectiviteit van stamceltherapie bij autisme hoe onderzoekers deze uitkomsten in klinische studies evalueren.
Read moreWie kan een medische beoordeling overwegen?
Gezinnen die aanvullende opties zoals stamceltherapie overwegen, wordt vaak geadviseerd om te beginnen met een grondige medische beoordeling, vooral wanneer de klachten van een kind samenhangen met factoren zoals slaapkwaliteit, pijn, stress of andere gezondheidsproblemen.
Het in kaart brengen van bijkomende medische aandoeningen kan clinici helpen om een meer volledig en persoonlijk afgestemd ondersteuningsplan op te stellen. Omdat elke situatie anders is, moeten beslissingen over verdere diagnostiek of behandeling altijd per individueel geval worden genomen.
Ontvang een gratis online consult
Swiss Medica biedt een gratis online consult aan om te beoordelen of therapie met MSC’s mogelijk geschikt is voor uw kind. Artsen bekijken de medische voorgeschiedenis en eventuele bijkomende aandoeningen om mogelijke vervolgstappen en verwachte uitkomsten te bespreken.
Medisch adviseur, arts bij Swiss Medica
Vervolgstappen nadat u de ASS-niveaus kent
Probeer te denken in termen van een plan dat concreet en meetbaar is:
-
1
Laat de diagnose bevestigen door een gekwalificeerde professional, inclusief een overzicht van sterke kanten en ondersteuningsbehoeften op verschillende gebieden.
-
2
Stel een multidisciplinair plan op, met bijvoorbeeld logopedie, ergotherapie, gedrags- of ontwikkelingsgerichte ondersteuning en ouderbegeleiding.
-
3
Stem af met de school en leg ondersteuning waar mogelijk vast.
-
4
Stel praktische doelen op, zoals communicatiemiddelen, dagelijkse vaardigheden en strategieën voor emotieregulatie, en evalueer deze regelmatig.
-
5
Voer periodiek een herbeoordeling uit, vooral wanneer de eisen of omstandigheden veranderen.
Aanvullende medische opties verkennen? Overleg eerst met specialisten van Swiss Medica
Een stamcelkliniek zoals Swiss Medica in Servië biedt gestructureerde behandelprogramma’s die stamceltherapie combineren met aanvullende behandelingen. Zo kunnen specialisten de algehele situatie en behoeften van het kind zorgvuldig beoordelen.
Het behandelprogramma is gebaseerd op meer dan 14 jaar ervaring en meer dan 3.000 pediatrische gevallen en bestaat uit verschillende stappen:
- Eerste medische beoordeling. Het traject begint met een uitgebreide analyse van de medische voorgeschiedenis, het ontwikkelingsprofiel en eerdere behandelingen van het kind. Artsen kunnen daarnaast neurologisch en lichamelijk onderzoek uitvoeren en, indien nodig, aanvullend laboratoriumonderzoek aanbevelen om een beter beeld te krijgen van de situatie.
- Individueel behandelplan. Als artsen verdere evaluatie zinvol achten, stellen zij een behandelplan op dat is afgestemd op de behoeften van het kind. Dit plan kan de verwachte verblijfsduur omvatten, het aantal en de wijze van toediening van MSC’s en eventuele aanvullende therapieën, zoals ergotherapie of fysiotherapie.
- Kwaliteitsnormen in het laboratorium. Stamcelpreparaten worden geproduceerd in een intern laboratorium met GMP-certificering en vóór klinisch gebruik getest op steriliteit, levensvatbaarheid en kwaliteit.
- Multidisciplinaire medische begeleiding. Een team van kinderartsen, neurologen en revalidatiespecialisten begeleidt en volgt elke patiënt gedurende het hele traject.
- Nazorg en opvolging. Medische begeleiding loopt door na ontslag. Artsen van Swiss Medica houden doorgaans drie tot zes maanden contact met gezinnen om de voortgang te volgen en aanbevelingen te doen voor verdere zorg en ondersteuning.
Swiss Medica biedt een gratis online consult voor gezinnen die willen begrijpen of hun kind in aanmerking komt voor stamceltherapie en of aanvullende medische beoordeling zinvol kan zijn.
Neem contact met ons op
Vul het onderstaande formulier in en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.
Medisch adviseur, arts bij Swiss Medica
Veelgestelde vragen
1. Hoeveel ASS-niveaus zijn er?
In de DSM-5 en DSM-5-TR wordt autisme ingedeeld in drie niveaus van ernst (niveau 1 tot en met 3). Deze geven aan hoeveel ondersteuning iemand in het dagelijks leven nodig kan hebben en worden afzonderlijk beoordeeld op twee gebieden: sociale communicatie en beperkte of repetitieve gedragingen (RRB’s).
2. Wie bepaalt de drie niveaus van autisme?
Een gekwalificeerde professional stelt het niveau vast op basis van een klinische beoordeling en professioneel oordeel. In de DSM-5-TR ligt de nadruk op de mate waarin kenmerken het dagelijks functioneren beïnvloeden en hoeveel ondersteuning op elk niveau nodig is.
3. Kan iemand van niveau 3 naar niveau 1 gaan?
Soms veranderen ondersteuningsbehoeften in de loop van de tijd. Vaardigheden kunnen zich ontwikkelen, de omgeving kan verbeteren of de eisen kunnen toenemen. De DSM is zo ingericht dat periodieke herbeoordeling mogelijk is, omdat de ASS-niveaus het huidige functioneren en de benodigde ondersteuning weerspiegelen.
4. Worden de DSM-5-niveaus van autisme wereldwijd gebruikt en erkend?
Niet op dezelfde manier. De DSM-niveaus worden veel gebruikt, maar de ICD-11 van de WHO hanteert niet het driedelige systeem van de DSM. In plaats daarvan werkt de ICD-11 met specificaties, zoals het niveau van verstandelijke ontwikkeling en functionele taalvaardigheid.
Bronvermeldingen:
American Psychiatric Association. DSM-5-TR® Update Supplement to Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition, Text Revision September 2025. https://www.psychiatry.org/getmedia/b68a5776-f88c-45c7-9535-fd219d7aa5cb/APA-DSM5TR-Update-September-2025.pdf
Akat, A., Karaöz, E. Cell therapies for autism spectrum disorder: a systematic review of clinical applications. Middle East Curr Psychiatry 30, 94 (2023). https://doi.org/10.1186/s43045-023-00363-9
Tamouza R, Volt F, Richard J-R, Wu C-L, Bouassida J, Boukouaci W, Lansiaux P, Cappelli B, Scigliuolo GM, Rafii H, Kenzey C, Mezouad E, Naamoune S, Chami L, Lejuste F, Farge D and Gluckman E (2022) Possible Effect of the use of Mesenchymal Stromal Cells in the Treatment of Autism Spectrum Disorders: A Review. Front. Cell Dev. Biol. 10:809686. doi.org/10.3389/fcell.2022.809686
Wang, Y., Yi, H. & Song, Y. The safety of MSC therapy over the past 15 years: a meta-analysis. Stem Cell Res Ther 12, 545 (2021). https://doi.org/10.1186/s13287-021-02609-x
Shengxin Liu, Henrik Larsson, Ralf Kuja-Halkola, Paul Lichtenstein, Agnieszka Butwicka, Mark J Taylor, Age-related physical health of older autistic adults in Sweden: a longitudinal, retrospective, population-based cohort study, The Lancet Healthy Longevity, Volume 4, Issue 7, 2023, Pages e307-e315, ISSN 2666-7568, https://doi.org/10.1016/S2666-7568(23)00067-3
MD, Pediatrician, Regenerative Medicine Specialist





